bibliotheek

GZ-psycholoog aan het woord

Overprikkeling bij kinderen en jongeren binnen het onderwijs is een bekend fenomeen. Prikkels kunnen van buiten komen of van binnen. Prikkels van buitenaf zijn bijvoorbeeld een hectische thuis-of werk- situatie, druk verkeer, geluids(overlast), prestatiedruk, vervelende kleding of bepaald eten, honger, onrust, stress en verdriet bij anderen, viezigheid, verrassingen, onvoorspelbare gebeurtenissen. Prikkels van binnenuit worden meestal veroorzaakt door emoties: angst (faalangst, anticipatieangst, verlatingsangst), gedachten en gepieker, schaamte en onzekerheid, schuldgevoelens, maar ook grenzeloos perfectionisme, enthousiasme en gedrevenheid.

Vaak vindt er een stapeling van prikkels plaats. Bijvoorbeeld als er veel lawaai of drukte om je heen is, en er dan ook iets anders gebeurt wat je overweldigt, dan wordt je dat teveel en je wordt angstig, boos of onzeker. Als je al overprikkeld bent (of bijna), komen extra prikkels harder aan en zijn zij moeilijker te verdragen. Een gemiddelde hulpverlener is bekend met het bovenstaande. Bovendien zijn de meeste vormen observeerbaar of meetbaar.

.

Overprikkeling vanwege beelden voortkomend uit paranormale begaafdheid is een aspect waarmee de meeste hulpverleners niet bekend zijn of het bestempelen als onzin. De kinderen en jongeren zelf worstelen gedurende hun ontwikkeling met dit fenomeen en begrijpen zichzelf vaak niet. Vaak roept dit fenomeen ook angst op. Erover praten doen ze niet bang als ze zijn voor gek versleten te worden.
Hulpverleners zouden er goed aan doen stil te staan bij de mogelijkheid van deze vorm van overprikkeling en het fenomeen daarbij uit de taboe sfeer halen. Voor de kinderen en jongeren welke bekend zijn met dit fenomeen zou het een enorme bevestiging kunnen betekenen voor hun “anders zijn” en kunnen bijdragen aan een betere begeleiding m.b.t. hun overprikkeling.
In mijn praktijk heb ik al een aantal kinderen en jongeren meegemaakt welke last hebben van overprikkeling door beelden vanuit een paranormale begaafdheid. Vaak staat dit fenomeen niet op zichzelf en is het fenomeen een onderdeel van de complexe problematiek van een kind of jongere.
.
T.Koenen, GZ-psycholoog